top of page

Europa heeft geen geldprobleem. Europa heeft een unicorn-leiderschapsprobleem.

  • 30 mrt
  • 3 minuten om te lezen

Laten we stoppen met onszelf voor de gek houden.


Europa investeert miljarden in innovatie, schrijft dikke rapporten over concurrentiekracht en opent de ene na de andere start-up hub. En toch vertrekt het beste talent naar de VS. Toch worden onze meest veelbelovende scale-ups opgekocht door Amerikanen. Toch blijven we achter de feiten aanlopen in AI, defensie-tech en biotech.


De vraag is niet óf we een probleem hebben. De vraag is of we bereid zijn eerlijk te zijn over wat dat probleem werkelijk is.


De diagnose ligt er.


Mario Draghi schreef het vorig jaar op in The Future of European Competitiveness: Europa ligt dertig procent achter op de VS in bbp. De productiviteitskloof groeit. Er is €800 miljard per jaar extra nodig om bij te blijven. Peter Wennink vertaalde die urgentie naar Nederland in De route naar toekomstige welvaart: €151 tot €187 miljard extra investeren vóór 2035, of we raken structureel achterop. Beide rapporten wijzen op regeldruk, trage vergunningen, dure energie en ontbrekende kapitaalmarkten. Allemaal waar. Allemaal belangrijk.


Maar het is niet het hele verhaal.

Wat de Financial Times ons laat zien.


De Financial Times publiceerde begin maart een uitgebreid special report over Europa’s start-up hubs. De ranking van 180 hubs in 25 landen laat zien dat er wél degelijk iets beweegt. München domineert met UnternehmerTUM, voor het derde jaar op rij nummer één. De hub heeft meer dan duizend bedrijven voortgebracht, van raketbouwer Isar Aerospace tot defensie-start-up Helsing. Beierse start-ups haalden in 2025 €3,3 miljard op, méér dan Berlijn.


Stockholm bruist van de AI-bedrijven. Sana werd voor $1,1 miljard verkocht aan het Amerikaanse Workday. Lovable haalde $530 miljoen op, Legora $150 miljoen. De Zweedse ‘mafia’ van oud-medewerkers van unicorns als Klarna en Spotify heeft inmiddels 208 nieuwe start-ups voortgebracht.


Deep tech floreert, van fusie-energie tot quantumtechnologie. Klimaattechnologie vindt een nieuw bestaansrecht als strategische noodzaak: energieonafhankelijkheid, defensie, datacenters. Europa heeft, zo schrijft de FT, alle ingrediënten. En toch.

Het echte probleem heet niet geld. Tussen al die bemoedigende cijfers door sijpelt steeds dezelfde noodkreet. Victor Englesson van EQT zei het onverbloemd tegen de FT: “We leiden alle ingenieurs op. We starten alle bedrijven. Maar vervolgens exporteren we talent naar de VS.” Bijna dertig procent van de Europese unicorns verhuisde tussen 2008 en 2021 naar Amerika. Niet vanwege het weer in Californië. Maar omdat ze daar de mensen vinden om door te groeien.


Sana-oprichter Joel Hellermark, zelf Zweed, nu Amerikaans eigendom, legde de vinger op de zere plek: “Als je sales wilt opschalen, vind je vijftig leiders in San Francisco. In Zweden één, als je geluk hebt.” De oprichter van UnternehmerTUM noemt Europese groeifinanciering als grootste uitdaging. Maar zelfs met geld op de bank: wie gaat dat bedrijf leiden? Wie bouwt het managementteam? Wie stuurt de internationale expansie aan?


Dát is de kwestie die Draghi en Wennink te weinig adresseren. Wennink heeft het over talent in brede zin, ingenieurs, onderzoekers, technici. Allemaal cruciaal. Maar er is een laag boven die hij nauwelijks benoemt: het leiderschap dat van een goed idee een wereldbedrijf maakt. De CEO die een scale-up door de groeipijn van 50 naar 500 mensen loodst. De CCO die een merk internationaal neerzet. De CFO die een IPO voorbereidt. De RvC die strategisch bijstuurt zonder te vertragen.


Europa heeft genoeg briljante oprichters. Wat Europa tekortkomt zijn de ervaren bouwers. De mensen die het verschil maken tussen een veelbelovende start-up en een wereldspeler.


Wat nu?


Investeer in randvoorwaarden, zegt Wennink. Bouw een kapitaalmarktunie, zegt Draghi. Verlaag de regeldruk, zeggen ze allebei. Ja. Doe dat. Maar begin ook met het erkennen van een ongemakkelijke waarheid: je kunt de mooiste fabriek bouwen, maar zonder de juiste fabrieksbaas sta je stil.


De Europese start-up-scene bewijst dat we kunnen innoveren. München, Stockholm, Parijs, Delft — er is geen gebrek aan ideeën en ondernemerslef. Waar het misgaat is in de fase erna. De opschaling. De professionalisering. Het moment waarop een bedrijf niet meer alleen een visionair nodig heeft, maar ook iemand die dat visioen kan executeren.


De strijd om Europa’s economische toekomst wordt niet gewonnen met subsidies of met noodklokken. Die wordt gewonnen door de juiste mensen op de juiste plek te zetten. Op tijd. En daar ben ik niet objectief over. Dat is precies wat ik doe.


Weet je welkom om van gedachten te wisselen over het vinden en selecteren van de juiste mensen om je heen. Of voor coachgesprekken over ontwikkeling van jezelf of anderen om je heen.


Warme groet,

Aege

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page