top of page

Zomerlezen 2026: iedereen praat over de machine, deze twaalf boeken gaan over ons

  • 4 uur geleden
  • 8 minuten om te lezen

Iedereen schreeuwt over de machine. Sam Altman belooft de hemel, de doemdenkers de hel, en op LinkedIn struikel je over orakels die precies weten hoe jouw baan er over vijf jaar uitziet. Zoals Sander Schimmelpenninck het onlangs in de Volkskrant ongeveer verwoordde: het is gekmakend hoe makkelijk types als Musk de massa zand in de ogen strooien. De luidste stem heeft doorgaans het meeste te verkopen.


Zet dat lawaai even uit, en de werkelijk interessante vraag blijft staan. Niet: wat doet de machine met óns? Maar: wat doen wij met onszelf? Mijn zomerstapel bleek dit jaar, bijna per ongeluk, één lange meditatie over precies die vraag — twaalf boeken langs vier lijnen.


Eerst de lange lijn: wat bepaalt eigenlijk of een beschaving floreert of stilstaat (instituties, blijkt, niet techniek), hoe innovatie écht werkt, en waarom de komende eeuw er een van overvloed kán zijn. Dan de mens tegenover de machine: een portret van de man achter DeepMind, en twee boeken over de vaardigheden — en de waardigheid — die geen algoritme overneemt. Vervolgens leiderschap en governance: waarom goede bedrijven hun ziel verliezen, hoe je een economie en een wereldorde opnieuw kunt denken, en welke landen het lef hebben om het anders te doen. En tot slot het meest tijdloze thema van allemaal: familie, dynastie en opvolging.


Daarmee raken deze boeken precies aan mijn werk: wie je in de boardroom en de directie zet, of een onderneming haar ziel behoudt of — in de woorden van Eric Ries — 'chirurgisch wordt uitgebeend', en hoe een familie haar bedrijf overdraagt zonder zichzelf te verscheuren.


De rode draad is hoopvoller dan het rumoer doet vermoeden: vooruitgang is een keuze, de oplossingen bestaan al, en de toekomst is niet iets dat ons overkomt maar iets dat we maken. De wendbaren passen zich aan; de starren klampen zich vast aan gisteren. Hieronder mijn twaalf, met telkens een link om ze te bestellen.


De lange lijn: instituties, cultuur en vooruitgang


Two Paths to Prosperity: Culture and Institutions in Europe and China, 1000–2000 — Avner Greif, Joel Mokyr & Guido Tabellini (Princeton)



Waarom liep Europa, en later de VS, technologisch en economisch zo ver vooruit op China, terwijl China rond het jaar 1000 nog veruit de rijkste beschaving was? Drie zwaargewichten — onder wie Nobellaureaat Joel Mokyr — wijzen niet naar grondstoffen of geluk, maar naar instituties. In China regelde de clan, de bloedband, vrijwel alles; in Europa ontstond de corporatie: gilden, zelfbesturende steden, verbanden tussen vreemden die over grote afstanden konden samenwerken. Een verhelderend, soms ongemakkelijk boek over de stille kracht die bepaalt of een samenleving floreert of stilstaat — geen kleine vraag voor wie nadenkt over governance. The New Yorker lichtte het kerncontrast eruit: de clan die in China het leven regelt, tegenover de gilden en zelfbesturende steden van Europa — kiem van de Industriële Revolutie. Martin Wolf noemde het betoog in de Financial Times onthullend.



The Shortest History of Innovation — Andrew Leigh (Black Inc. / Old Street, vanaf augustus)


Van het wiel tot AI: de mens vindt onophoudelijk nieuwe manieren om dingen te doen. Andrew Leigh — econoom én Australisch parlementslid, en auteur van The

Shortest History of Economics — vat de geschiedenis van ons meest opmerkelijke vermogen samen in drie woorden: knutselen, teams en handel (tinkering, teams, trade). Hij rekent en passant af met de mythe van het eenzame genie: doorbraken ontstaan niet door één flits van inspiratie, maar door eindeloos schaven, samenwerken en uitwisselen. Beknopt, geestig en verrassend — een nuttig tegengif tegen het idee dat innovatie iets is wat 'het bedrijf' even regelt. In The Conversation prees innovatiehoogleraar Martie-Louise Verreynne de heldere, brede aanpak.



A Century of Plenty: A Story of Progress for Generations to Come — Sven Smit e.a. (McKinsey Global Institute)


Stel je voor dat in 2100 zelfs het armste land ter wereld leeft op het welvaartsniveau van het Zwitserland van nu. Krankzinnig? Het McKinsey Global Institute — met de Amsterdamse senior partner Sven Smit voorop — rekende het door, en het antwoord is volgens hen: ja, het kan. Er is genoeg energie, voedsel en grondstoffen; we kunnen snel genoeg blijven innoveren; en het kan zelfs binnen de grenzen van de planeet. De catch: het vergt een wereldeconomie die ongeveer achtenhalf keer groter is dan nu, en vooral een nieuw verhaal — want vooruitgang, schrijven ze, is een keuze. Optimisten stonden vaker aan de goede kant van de geschiedenis.

 

De mens versus de machine


The Infinity Machine: Demis Hassabis, DeepMind and the Quest for Superintelligence — Sebastian Mallaby (Allen Lane / Penguin Press)



Demis Hassabis — schaakwonder op zijn vijfde, Nobelprijswinnaar, en het brein achter Google DeepMind — is misschien wel de belangrijkste figuur van de huidige technologische revolutie. Sebastian Mallaby kreeg drie jaar lang ongekende toegang en levert een meeslepend, scherpzinnig portret van een man die niet uit is op geld of macht, maar op wetenschappelijke verlichting, en die desondanks wordt achtervolgd door de schaduw van Oppenheimer. Tegelijk is het een eerlijk verhaal over de keerzijde: DeepMinds eigenzinnige weigering om de massa te volgen leverde AlphaFold op, maar liet het ook verrast achter toen ChatGPT alles veranderde. The Economist noemde het een rijk en helder geschreven verslag.


Robot-Proof: When Machines Have All the Answers, Build Better People — Vivienne Ming (Wiley)




Wat is je waarde als een machine alle antwoorden heeft? Neurowetenschapper en serie-ondernemer Vivienne Ming — een zelfbenoemde 'professionele gekke wetenschapper' — draait de bange vraag om: niet óf je je baan kwijtraakt, maar wat je écht onderscheidt. Op basis van data over miljoenen mensen laat ze zien dat niet kennis of diploma's de beste voorspellers van succes zijn, maar sociale intelligentie, perspectief nemen en het vermogen je aan te passen. Haar boodschap voor ouders én bestuurders: gebruik AI niet om je werk makkelijker te maken, maar moeilijker — op de manieren die jou beter maken. Forbes typeerde Ming als een kracht in AI zoals we die niet eerder zagen; het boek werd ook besproken in de Financial Times.



We Are Not Machines: The Fight for the Future of Work — Sarah O'Connor (Allen Lane)


Verlies je je baan aan AI? Verkeerde vraag, zegt Sarah O'Connor, arbeidscolumnist van de Financial Times. Het echte risico is niet dat we machines naar ons evenbeeld maken, maar dat we onszelf stilletjes naar dat van hen herscheppen. Ze reisde de wereld over — van ondertitelaars die AI-output zitten op te poetsen tot Zweedse mijnwerkers en zorgmedewerkers in Nederland — en laat zien dat niet de hoeveelheid werk op het spel staat, maar de kwaliteit ervan. Haar conclusie is hoopvol én strijdbaar: de uitkomst ligt niet vast, maar moet door ons allen worden bevochten. Heather Stewart wees er in The Guardian op dat we door technologische sluiproutes mogelijk minder gaan lezen en denken.


Leiderschap, governance en de moed om het anders te doen

 

Incorruptible: Why Good Companies Go Bad… and How Great Companies Stay Great — Eric Ries (Authors Equity)



Eric Ries schreef met The Lean Startup de bijbel van Silicon Valley; nu stelt hij de hardere vraag: niet hoe je een geweldig bedrijf bouwt, maar hoe je het zo houdt. Zijn diagnose is structureel, niet moreel: juist de 'best practices' — kwartaalcijfers, standaard-governance, de jacht op aandeelhouderswaarde — knijpen principiële ondernemingen langzaam dood. Aan de hand van bedrijven als Costco, John Lewis en Patagonia pleit hij voor 'mission primacy' en governance-structuren die de missie beschermen tegen de zwaartekracht van de korte termijn. Verplichte kost voor wie zich afvraagt waarom goede bedrijven hun ziel verliezen — en wat een raad van commissarissen daaraan kan doen. Thinkers50 plaatste het op zijn lijst van beste nieuwe managementboeken van 2026.



The Common Good Economy: A New Compass — Mariana Mazzucato (Allen Lane)


Van de econoom die de 'ondernemende staat' op de kaart zette, komt een ambitieus pleidooi: bouw onze economie opnieuw op rond het algemeen belang, in plaats van markten achteraf bij te lappen. Mariana Mazzucato reikt een 'kompas' aan met vijf pijlers — van het verankeren van een doel tot transparantie en gedeelde waardecreatie — en illustreert dat met concrete voorbeelden, van het beheer van water tot het hervormen van inkoop en financiering. Het is economische hervorming geworteld in politieke verandering; je hoeft het er niet mee eens te zijn om de ambitie te bewonderen. (De Nederlandse vertaling verschijnt deze zomer bij Nieuw Amsterdam.) The Guardian besprak het kritisch, met de vraag hoe Labour het tij werkelijk zou kunnen keren.



Surviving Chaos: Geopolitics When the Rules Fail — Mark Leonard (Polity)



De op regels gebaseerde wereldorde stort in — Trump blaast de politiek op, Xi de economie, Poetin de kaart van Europa — en wat komt ervoor in de plaats? 'Un-order', zegt Mark Leonard, directeur van de European Council on Foreign Relations. Hij ziet een nieuwe scheidslijn: tussen 'architecten' die een perfecte ordening willen bouwen (de VS, Europa) en 'artisans' die zich voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden (China). Zijn advies aan het Westen: stop met het verdedigen van de wereld van gisteren en leer improviseren. Een scherp, soms ontnuchterend boek, besproken door Foreign Policy.



Braver New World: The Countries Daring to Do Things Others Won't — John Kampfner (Atlantic)


Terwijl westerse democratieën verlamd lijken door angst, ging journalist John Kampfner op zoek naar plekken waar het wél lukt. Hij bezocht tien landen met lef: de Finse scholen die kinderen voorbereiden op onzekerheid, het Weense sociale-huurmodel waar zestig procent van de bewoners zonder stigma woont, Taiwanese zorg die voor een fractie van de kosten torenhoge tevredenheid haalt, Costa Rica dat zijn economie verdrievoudigde én zijn bos verdubbelde. Geen utopieën, wel bewijs dat moeilijke problemen oplosbaar zijn — en dat de echte vernieuwers vaak de landen zijn met hun rug tegen de muur. The Observer noemde het meeslepend en informatief — een oproep de hoop niet te verliezen; de Financial Times noemde het razend leesbaar en inspirerend.

 

Familie, dynastie en opvolging

House of Fidelity: The Rise of the Johnson Dynasty and the Company That Changed American Investing — Justin Baer (Grand Central)



Eén op de vijf Amerikaanse volwassenen heeft geld bij Fidelity, en toch is de familie erachter — de publiciteitsschuwe Johnsons — een raadsel. WSJ-journalist Justin Baer vertelt het familie-epos: van de oprichting in 1946 tot de opkomst van sterbelegger Peter Lynch, en vooral de gevechten achter gesloten deuren over opvolging. Het hoogtepunt: hoe Ned Johnson zijn dochter Abigail aanvankelijk passeerde, waarop zij dreigde te vertrekken en zelfs probeerde hem opzij te zetten — om uiteindelijk, na verzoening, een effectieve CEO te worden. Publishers Weekly noemde het een labyrintische geschiedenis van een van 's werelds machtigste financiële instellingen. Voor wie familiebedrijf en opvolging van dichtbij kent: een rijk, soms ongemakkelijk herkenbaar verhaal over macht, bloedband en loslaten.


Lázár — Nelio Biedermann, vertaald door Jamie Bulloch (MacLehose Press)



Vraag in de boekenwereld naar de opwindendste nieuwe roman en één naam blijft hangen: Lázár. Het is een meeslepende, sfeervolle familiesaga over de ondergang van een Hongaars-aristocratisch geslacht, van het uiteenvallen van de Habsburgse monarchie tot de Hongaarse opstand van 1956 — geschreven door de Zwitser Nelio Biedermann, die nota bene pas eenentwintig was toen het in het Duits een directe bestseller werd. Gotisch, soms surrealistisch, vergeleken met Manns Buddenbrooks en Roths Radetzkymars; Jamie Bullochs vertaling behoudt de speelse, sprookjesachtige toon. The Guardian noemde het 'meeslepend en levendig', en de New York Times sprak van een 'virtuoze, gewaagde' familiesaga. Een herinnering dat families, en hun geschiedenis, ons door de eeuwen heen vormen — en een prachtige roman om de telefoon voor weg te leggen.

 


Ik wens je een zomer met tijd om te lezen, en vooral tijd om even los te komen van je rol, je inbox en het geschreeuw over de machine. Want de beste bestuurders die ik ken zijn niet degenen met de snelste antwoorden, maar degenen die de juiste vragen blijven stellen.

Weet je welkom om na de zomer — of eerder, de koffie staat klaar — eens van gedachten te wisselen over leiderschap, governance of opvolging, of gewoon over welk boek je het meest heeft geraakt.

Warme groet,

Aege


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page